Het is zover: de eerste stappen voor de nieuwe campus voor de Lerarenopleidingen en voor Pedagogie van het Jonge Kind van de EhB zijn gezet: de Vlaamse regering lanceerde onlangs de zoektocht naar kandidaat-architecten en ontwerpbureaus voor de bouw van zeven belangrijke Vlaamse projecten. Een ervan is de realisatie van de nieuwe gebouwen voor de Lerarenopleiding van EhB in hartje Brussel.
Met de formule van de Open Oproep wil de Vlaamse overheid waken over de architecturale kwaliteit van overheidsgebouwen. Om de beste architecten en ontwerpbureaus te strikken, kunnen kandidaten uit heel Europa zich inschrijven op de oproep. Bedoeling is dat het team van de Vlaamse Bouwmeester de Open Oproep aanstuurt.
Voor de nieuwe campus werd door EhB een bouwterrein van 18 aren gekocht in de Schootstraat te 1000 Brussel. Op het perceel bevindt zich een oude industriële loods met een vloeroppervlakte van 345 m2 die niet mag afgebroken worden. Nieuwbouw en te renoveren pand moeten later één geheel vormen.
In de oproep lezen we verder dat het ontwerp moet rekening houden met de krijtlijnen van een stedenbouwkundig attest nr. 2. De Lerarenopleiding wil op de nieuwe locatie uitgroeien tot een “brede school”. Het concept “brede school” ontstaat immers door samenwerkingsverbanden met verschillende maatschappelijke actoren om de ontwikkelingskansen van de studenten te maximaliseren. Dit impliceert voor onze opleidingen in onderwijs en pedagogie dat er samenwerkingsverbanden worden uitgebouwd met de omliggende scholen, kinderopvangcentra, socio-culturele organisaties en de buurtbewoners.
Door de toekomstige ligging in het centrum van Brussel worden deze maatschappelijke actoren als het ware onze buren hetgeen nieuwe kansen biedt. Naast het maatschappelijke engagement biedt dit concept de mogelijkheid om de banden met het werkveld maximaal uit te diepen, de klasrealiteit (taaldiversiteit, multiculturaliteit, leerzorg,…) in de opleiding te verankeren en de culturele mogelijkheden (socio-culturele organisaties, musea, vrijwilligersorganisaties, …) van de stad meer te benutten. Deze ervaringen zijn essentieel voor elke toekomstige leerkracht in Brussel maar ook in Vlaanderen.
Tenslotte vereist dit concept dat de de toekomstige campus geen eiland is maar integraal deel uit maakt van de wijk waarin ze gelegen is. Een dergelijke visie zou zich ook moeten vertalen in de architectuur en het concept van het nieuwe gebouw. De wisselwerking tussen de omgeving (buurt) en de campus zou via ‘ontmoetingsplaatsen’ mogelijk moeten
zijn. Deze ruimten mogen het effi ciënt vloergebruik niet in de weg staan.
